Best Te Pas, veertien Twentse liedjes

Alle veertien in een reel:


1 Best Te Pas - 2 Össeler Es - 3 Volkspark - 4 De Braker - 5 Roet'n- Dika 
6 Café 't Vat - 7 De Boakens Braandt - 8
Nieuw Enschede - 9 Hèèrfst 
10 'n Weenters Dreumke - 11 'n Oalen Roop - 12
Jeneverbes 
13 Wat Noe - 14 Oale Beuk

Hieronder vind je de individuele liedjes met letterlijke vertalingen en info over onderwerpen, auteurs en zangers.
Klik op één van de 14 titels om bij het betreffende hoofdstuk te komen.

Alle bladmuziek hier is te vinden en ook via de link achter elke titel boven de hoofdstukken.


1 Best Te Pas © Dannenberg / Scheele [bladmuziek]


In 2012 componeerde ik op deze tekst aanvankelijk een bossanova in het kader van de Jazzerieje, een songfestival
met nieuwe jazzliedjes op Twentse teksten. De Jazzerieje was een initiatief van jazzpodium De Tor als onderdeel van
de jazzfestivals in Enschede en heeft drie jaargangen gekend.


                                                                                Programmaboekje Jazzerieje

Gerrit Dannenberg (Rijssen, 1962), oud-docent Nederlands, is journalist, columnist en uitgever. ‘Houdt van taal in de breedste zin;
niet van breedsprakigheid. Hij bedenkt, boetseert en kneedt de tekst die bij u past’, aldus zijn website.
twenthetekst.nl/index.php

Han Hesselink is zanger, pianist, bandleider en docent aan de Groninger muziekschool. Han was eind jaren tachtig student op het Leeuwarder conservatorium, waar ik toen docent was.
[Facebook]

2 Össeler Es © Schorn / Scheele [bladmuziek]


Totdat ze 't op 'n emmer vrös* = zie link
Es* = akkercomplex bij Usselo vlakbij Enschede

Zouthuisjes* = een op een hondenhok gelijkend bouwwerk waarin een mobiele zoutboorinstallatie staat opgesteld met als doel het winnen van zout.
Multies* = multinationale ondernemingen

Textielblues

De ouders van Hans Theessink hadden een textielwinkel in Enschede in de B.W. ter Kuilestraat op ongeveer een kilometer van de textielwinkel van mijn ouders in de Zwedeweg. Hans en ik speelden een poos samen in de Sonority Minstrels, een folk-gospelgroep
onder de enthousiaste leiding van Bob Faulhaber.

Sonority Minstrels Boulevard 1966 ter gelegenheid van het huwelijk van Beatrix en Claus
v.l.n.r. Bob Faulhaber - Hans Theessink - Ina de Jonge - Addy Scheele

Inmiddels is Hans een internationale grootheid in de blues scene en woont hij al jaren in Wenen. Op zijn tournees geeft hij ook altijd een paar concerten in Nederland. Een van die concerten in De Amer (Drenthe) heb ik een jaren geleden bezocht. Hans nodigde me toen zelfs uit om even mee te jammen op de piano. Enige tijd later hoorde ik hem tijdens een concert in De Roef in Enschede de ballade over Hannes van ‘n boer die wol es ried’n leren in het Twents zingen. Dus toen ik een bluesy aanpak koos voor deze tekst van Gerrit Schorn (Enschede, 1945), hoopte ik dat Hans het zou willen zingen. Gelukkig had hij daar wel oren naar. Toen hij weer in Noord-Nederland was voor concerten in Friesland en in De Amer, kwam hij tussen de bedrijven door naar mijn homestudio in Groningen om Össeler Es in te zingen.

Voor meer over Hans Theessink zie: Hans Theessink Offizielle Website 

3 Volkspark © Greve / Scheele  [bladmuziek]

 
    Schutterij* = muziekcorps

 

 

 

Dit gedicht trof ik aan in het kasboekje van mijn vader waarin hij allerlei
uitgeknipte teksten en gedichten uit de Tubantia had geplakt.
Over de dichter Jan Greve heb ik nergens informatie kunnen vinden.

 

 

 

 

 

 


Toen er in mei 2024 een boek verscheen over het Volkspark in het kader van het 150-jarig bestaan, besteedde auteur
Gerrit van Oosterom aandacht aan dit gedicht en de herinneringen van mijn ouders aan het Volkspark.

                                                                     bladzijde uit 150 jaar Volkspark

Net als Jan Greve maakte ik in het Volkspark kennis met andere, spannende kanten van het leven. De kermis en het circus boden vermaak maar ook een kijkje in het reizende artiestenbestaan. De groots opgezette tentoonstelling 3XA in 1962 vertelde over verleden, heden en toekomst van Enschede. In de muziekkoepel, waar ik als 12-jarige iedere avond te vinden was, werd een talentenjacht gehouden. The White Rockets (later bekend als de Buffoons) wonnen en mochten een echte grammofoonplaat maken, net zoals Elvis Presley en Cliff Richard! De Pindakaas Twist was het resultaat met de vondst:
‘Ik ben dol op pindakaas, anders smaakt mijn brood als kippengaas‘. De melktandjes van de Nederbiet.
Twee jaar na 3XA had ik als 14-jarige mijn eerste solo-optreden als pianist in het Volksparkpaviljoen op de 25-jarige bruiloft van mijn ouders. Bij de presentatie van het boek Biografie van het eerste Volkspark van Nederland in het Volkspark op 2 mei 2024 zag ik dat de muziekkoepel er inmiddels niet meer staat. De vijver is er nog wel, net zoals toen. Sommige dingen blijven, andere gaan teloor. Mensen verdwijnen uiteindelijk allemaal, maar soms worden de herinneringen aan hen bewaard door de plekken waar zij ooit waren.


                                                           Sessie in De Tor
Jan Wessels heb ik leren kennen op een sessie in De Tor en via de Jazzerieje waaraan ook hij als componist meewerkte.
Jan is een druk bezet en veelzijdig musicus en docent. [Wessels Muziekprodukties]

4 De Braker © Schorn / Scheele [bladmuziek]

Gerrit Schorn vertelt over dit schilderij, dat afgebeeld is op de reel op www.stevenfen.nl, het volgende:
‘De echtgenotes en dochters van de textielbaronnen deden om de dagen niet in ledigheid te slijten, veel aan studie, muziek, schrijven, dichten, schilderen of handwerken. Dit gebeurde vaak in gezellige dameskransjes in een luxueuze omgeving waar het met deftige dames onder elkaar goed toeven was. Sommigen bleken over enig talent te beschikken en waar een even talentvolle Jan met de Pet veelal wegens geldgebrek niet verder kwam, kon men het zich in fabrikantenkringen veroorloven dure privélessen te nemen van goede en bekende leraren … Zo ook mevrouw J. Scholten-van Heek die dit aardige schilderij van het Erve De Braker in 1900 op het doek vastlegde.‘

Peggy Overmeer kwam bij mij voor pianolessen, toen ze nog in Groningen studeerde. Peggy, met Enschedese roots, bleek een geweldige zangeres met een veelzijdig repertoire en ruime podiumervaring. Ik stelde haar voor om samen met drummer Kees Alkema een formatie te vormen. We hebben één of twee keer opgetreden, promotiefoto’s laten maken en een demo opgenomen waaruit dit nummer:

Aan deze plannen kwam een einde door een stagejaar van Peggy in Nieuw-Zeeland. Inmiddels woont ze al jaren in Vlaanderen.
Toen ik haar vroeg voor De Braker, was ze onmiddellijk enthousiast en ze heeft de zangpartij thuis in Mechelen opgenomen.

5 Roet'n-Dika © Hamhuis / Scheele  [bladmuziek]



*Ruiten Dieka = woordspeling, Venster Dieka of Ramen Dieka zou ook kunnen
*De Kuiper = Kuiper is een achternaam, die van Kuiper c.q. zoon van Kuiper
 

Henny Hamhuis (Almelo, 1927 - Enschede, 2011) Pseudoniem: Hennik van 'n Scheenken

Na een carrière als journalist en veelzijdig tekstschrijver voor diverse opdrachtgevers legde hij zich eind jaren
zeventig toe op het schrijven van gedichten in Twents dialect. Voor het lied Kleine Kokette Katinka, waarmee
het duo De Spelbrekers in 1962 het nationaal songfestival wonnen, schreef Henny Hamhuis de tekst.

V.l.n.r. Componist Joop Stokkermans, Spelbreker I, presentatrice Hanny Lips, Spelbreker II, tekstschrijver Henny Hamhuis

Voor meer over Henny Hamhuis zie: Wie is Wie in Overijssel

Jazzvocaliste José Zwerink, opgegroeid in Enschede, studeerde aan het Groninger conservatorium.
Daarna toerde ze 12 jaar met de muzikale cabaretgroep Vrouw Holland door Nederland.
Ze heeft haar eigen band én heeft al meer dan 20 jaar ervaring als zangpedagoog en workshopleider.

José tijdens een optreden met de Smederij Jazz Party.  Voor meer over José zie: José Zwerink

6 Café 't Vat © Schorn / Scheele  [bladmuziek]



*Kwast = citroenlimonade

Het Lindenhof - in de volksmond Café 't Vat - was ruim honderd jaar geleden een uitspanning halverwege Glanerbrug die zeer in trek was bij de Enschedese bevolking. Zo zeer zelfs dat er op verzoek van de eigenaar en de klandizie een extra tramhalte door de TET werd geplaatst aan de weg Enschede-Glanerbrug. Men wandelde er naar toe en ging met de tram terug ...

In 2009 werd ik gebeld door Wim Lutje Schipholt die ik toen nog niet kende. Hij had mijn nummer van bassist/zanger Henk Bleumink gekregen en was op zoek naar een pianist voor zijn verjaardagsfeestje in Glimmen, vlak onder Groningen. 
Met Henk had ik in de jaren zestig in Enschede gespeeld bij gospeldiensten, en later af en toe met ad hoc formaties in Twente. Wim bleek gitarist te zijn, uit Enschede te komen en was kort daarvoor verhuisd naar Glimmen. Hij had jaren gespeeld met Henk. Wim had ook een paar oud-leerlingen van de muziekschool in Enschede uitgenodigd. Zo zat ik die middag opeens tussen de Tukkers te spelen in Glimmen. Kort daarop benaderde Henk voor een project met repertoire van Nat King Cole, met Wim en - voor sommige optredens - Sietze de Leeuw, een multi blazer die behalve alle saxen ook fluit en trombone speelde.

Met dat Nat King Cole-project hebben we concerten in Duitsland gegeven en enkele optredens in Oost- en Noord-Nederland.
In die bezetting hebben we ook twee concerten met Greetje Kauffeld gegeven.

7 De Boakens Braandt © Schorn / Scheele  [bladmuziek]



Es* = akkercomplex bij Usselo vlakbij Enschede

Van Gerrit Schorn (Enschede, 1945) heb ik acht teksten voor dit album op muziek gezet. Ik las zijn verhalen en gedichten op Facebook en de kwaliteit en muzikaliteit vielen me op. De toegankelijkheid en ritmiek van de teksten maken ze heel geschikt om op te componeren. Eigenlijk net zoals ik gewend was, toen ik nog theaterliedjes componeerde op teksten van Rients Gratama, Jan Boerstoel en Leo Dijkstra. Alle drie doorgewinterde liedtekstschrijvers voor het nationale podium.

Op de site www.stevenfen.nl staan meer gedichten en verhalen van Gerrit.

8 Nieuw Enschede © Wilmink / Scheele [bladmuziek]


Moeders en meisjes

Willem Wilmink (Enschede, 1936 – Enschede, 2003) zijn moeder kwam vroeger als klant bij mijn ouders in de textielwinkel.
Ze vertelde dan wel eens over haar zoon die in Amsterdam woonde en gedichten en liedjes schreef. Omdat mijn moeder wel vaker wetenswaardigheden over klanten vertelde, schonk ik er aanvankelijk niet zoveel aandacht aan. Tot ik midden jaren zeventig thuis in Groningen een reportage op mijn wekkerradio hoorde, waarin Willem Wilmink vertelde over zijn oude leraar Nederlands, Willem Diemer. De reportage werd uitgezonden vanaf het schoolplein van de HBS aan de Borneostraat in Enschede, waar ik ook Nederlands had gehad van dezelfde leraar. Even later belde een studiegenote van het conservatorium, Marijke, die inmiddels in Amsterdam woonde. Omdat zij toen ook actief was in de kleinkunstwereld, vroeg ik haar terloops of ze wel eens van Willem Wilmink had gehoord.
“Jazeker, ik ben gisteravond nog met hem wezen stappen in Amsterdam.”
Inmiddels werkte ik bij cabaretier Rients Gratama die een poosje met Willem Wilmink had samengewerkt in het schrijverscollectief. Deze gemeenschappelijke kennissen en achtergrond zouden vast wel eens in de nabije toekomst tot een ontmoeting kunnen leiden, of misschien zelfs tot samenwerking. Later heb ik weleens gedacht dat Marijke één van die Meisjes uit vervlogen dagen zou kunnen zijn geweest …

Op afstand samen gewerkt

Voor het programma Hemelsbreed van Joke Bruijs met Salonorkest Pluche arrangeerde ik in 1986 acht liedjes waaronder vier composities van Harry Bannink, en daarvan eentje op een tekst van Willem Wilmink: Koning Voetbal. Op de première had ik Willem misschien kunnen ontmoeten, maar door een optreden elders kon ik daar niet bij aanwezig zijn. Van dat programma bestaan helaas geen opnames.
Toen ik begin jaren negentig in de Tubantia las dat Willem Wilmink een musical De Pathmos Prinses ging schrijven, dacht ik onmiddellijk: dan wil ik de muziek componeren. Het Pathmos is een arbeiderswijk in Enschede waar ik ben opgegroeid. Schrijver Jan Boerstoel raadde me toen met klem aan om Willem vooral niet te bellen, maar te schrijven. Volgens Jan had hij er een bloedhekel aan om gebeld te worden. Ik heb me toen schriftelijk aangeboden als componist en er een cassettebandje bijgedaan met een paar eigen composities. Vrij snel daarna kreeg ik het volgende antwoord:

Six degrees of separation

Dit is de hypothese dat iedere levende persoon op aarde maximaal zes stappen of handdrukken van elke andere persoon verwijderd is.
In het geval van Willem Wilmink en mij was dat veel minder dan zes, zelfs maar twee en daarom vind ik het jammer dat
we passanten zijn gebleven. Nieuw Enschede uit de jaren tachtig zag ik voor het eerst rond 2015 op Facebook.

Een oudere tekst van hem over Enschede, Textielstad uit 1979 op muziek gezet door Harry Bannink en gezongen door Joost Prinsen 
‘dit is het eindpunt van de trein, bijna geen mens hoeft er te zijn‘, is bekender dan de latere tekst die bij mijn weten ook niet eerder op muziek is gezet.
Nieuw Enschede werd op verzoek van burgemeester Ko Wierenga door Willem Wilmink geschreven als positieve tegenhanger van het mistroostige Textielstad.

De erven van Willem Wilmink gaven mij persoonlijk toestemming voor deze muzikale publicatie van Nieuw Enschede.

9 Hèèrfst © Meuris / Scheele [bladmuziek]


Essen* = meervoud van es = akkercomplex 

 

 

 

 

 

Lex Meuris (Enschede, 1904 – Hengelo, 1992) publiceerde onder het pseudoniem Graads in verschillende tijdschriften. Hermien Hoogeveen maakte een keuze uit de ruim 750 knipsels die Lex Meuris bewaarde van zijn publicaties. De enorme productie van deze Graads van ‘n Wegwiezer is te bewonderen op de Twentse Taalbank.
http://www.twentsetaalbank.nl

 

 

 

 

 

 

 

 




Deze poëtische schildering van het Twentse boerenland die ik in het eerder genoemde kasboekje van mijn vader vond, raakte mij zozeer, dat ik op zoek ging naar meer werk van deze dichter. Internet blijkt dan een handig hulpmiddel, want na een paar muisklikken vond ik op Boekwinkeltjes.nl de bundel Pottuffeln (pootaardappelen) uit 1953.
Bij het componeren van Hèèrfst bedacht ik dat dit geschikt kon zijn voor een mannenkoor, wat de diversiteit van het project ten goede zou komen. Als het me maar zou lukken een mannenkoor te vinden voor de opname. Er zijn inmiddels wel wat contacten geweest, maar die hebben voorlopig nog geen resultaat opgeleverd. Tussen droom en daad ...

Vèèr Joarestieden

In de bundel Pottuffeln vond ik naast Hèèrfst ook nog andere gedichten over de jaargetijden. Als er al een mannenkoor zou overwegen om Hèèrfst op het repertoire te nemen, dan was één lied wellicht te weinig en te uitzonderlijk binnen hun overige repertoire. Een suite zou de kans op uitvoering misschien vergroten. Als ik nu eens een Twentse suite over de seizoenen ging componeren? In de bundel kwamen immers alle vier jaargetijden ruimschoots aan bod. Zo ontstond Vèèr Joarestieden, een kleine suite voor vierstemmig mannenkoor en piano.
Componeren is iets wat je doet, omdat jij vindt dat het gedaan moet worden. Niemand zit er op te wachten. Door mijn werk in het theater en voor film en documentaires, heb ik in het verleden wel vaak in de luxe positie verkeerd, dat ik gevraagd werd om iets te componeren, waar ik dan ook nog voor werd betaald. Die tijd is voor mij voorbij, maar ik heb nog steeds veel plezier in het proces.

Bladmuziek en midi opnames

Hier zijn alle partijen te vinden van Vèèr Joarestieden, acht stukken, twee per seizoen.
Van ieder stuk zijn er vier verschillende versies geprint die steeds in één pdf zijn samengebracht:

1 TTBB  – piano     (6 balken)  - de volledige partituur
2 TTBB  – piano     (4 balken)  - directiepartituur
3 TTBB                   (4 balken)  - voor de koorleden
4 piano  – melodie (3 balken)  - voor de pianist

Omdat het voor mij onmogelijk is om zelf alle partijen als voorbeeld in te zingen, heb ik bij de audiovoorbeelden gekozen voor een bezetting met sopraan-, alt-, tenor- en baritonsax (midi instrumenten) plus piano. Deze midi files zijn hier te beluisteren:
Stream Addy Scheele | Listen to Vèèr Joargetieden audio demo's playlist online for free on SoundCloud

Uiteraard klinkt dit statisch en bij een eventuele uitvoering zal de dirigent samen met het koor tot andere keuzes komen qua agogiek en dynamiek.

10 'n Weenters Dreumke © Schorn / Scheele [bladmuziek]



Knap van Gerrit Schorn om in een paar zinnen zoveel beelden en associaties op te roepen
en tegelijk ongemerkt de klimaatverandering aan te stippen, zonder die letterlijk te noemen
of moralistisch te worden.

11 'n Oalen Roop © Schorn / Scheele [bladmuziek]



*Met wittewieven wordt bedoeld flarden mist en damp die voor spoken/geesten/heksen worden gehouden.
De oorspronkelijke betekenis is weetvrouw, wijze vrouw. 
Een notitie hierover van Goaitsen van der Vliet in Dialexicon Twents 4.1 op 04-03-2021: 'Sinds het 'wittewief' alleen nog maar als spookverschijning wordt gezien en het voorvoegsel 'witte' door taalverlies in verband wordt gebracht met de kleur wit in plaats van met het werkwoord 'witn' (weten), zegt men in het algemeen 'gin wit wief' (geen witte vrouw) in plaats van 'gin wittewief' (geen wijze vrouw)'.

Wat maakt de Oale Roop (letterlijk: Oude Roep = Midwinterhoorn) zo bijzonder? Al voor de komst van het christendom werd er op de midwinterhoorn geblazen. Dit gebeurde om de vruchtbaarheidsgeest aan te roepen en de boze geesten te verjagen. Na de komst van het christendom werd hier het aankondigen van de geboorte van Christus aan toegevoegd.

Doordat er met de midwinterhoorn een geluid gemaakt kan worden dat erg ver draagt, werd hij waarschijnlijk ook gebruikt om elkaar te waarschuwen en om wilde dieren te verjagen.

12 Jeneverbes © Schorn / Scheele  [bladmuziek]



Es* = akkercomplex

Waarom dit een countrykleurtje heeft gekregen, kan ik niet uitleggen. Maar toen ik de tekst voor het eerst las, wist ik meteen dat het zo moest worden. En eerlijk gezegd vind ik het ook heel leuk om bewust in een specifieke stijl te componeren ofwel te citeren, net als in De Braker. Soms vraagt een tekst daar gewoon om. In het theater gebruik je als componist wel vaker stijlkenmerken van muziek die misschien niet jouw directe voorkeur heeft, maar die een tekst het beste ondersteunen of illustreren. Het ambacht wint het dan van de kunst voor een optimaal eindresultaat.
Onder collega componisten noemden we dat ‘je ego even aan de kapstok hangen‘.

13 Wat Noe © Van der Vliet / Scheele [bladmuziek]



Friesland - Twente

Goaitsen van der Vliet (Surhuizum, 1951) is naast maker van het Twents woordenboek (Dialexicon Twents) al jaren de grote motor achter de Twentse Taalbank waar een schat aan Twentse gedichten en liedjes te vinden is.
Goaitsen en ik kennen elkaar sinds eind jaren zeventig, toen we door gemeenschappelijke vrienden elkaar geregeld in café Het Bolwerk tegenkwamen. Mijn werkzaamheden bij de Fries-Nederlandse cabaretier Rients Gratama waren net begonnen en ik leerde de Friese taal door het componeren op de teksten van Rients.

Destijds kon ik natuurlijk niet vermoeden wat Goaitsen voor het Twents zou gaan betekenen. Dat verwacht je niet van een Fries, die voor een bètastudie naar Twente verhuisd was. Jaren later pas kreeg ik via Facebook en publicaties in de gaten, hoeveel werk hij heeft verzet voor het Twents.
In 2010 kwamen we elkaar na lange tijd tegen bij de eerste editie van De Jazzerieje, een songfestival met nieuwe jazzliedjes op Twentse teksten. Geen van ons tweeën had daar toen een bijdrage aan geleverd. Toen ik hem daar vertelde, dat ik nog nooit op een Twentse tekst had gecomponeerd maar dat wel graag zou willen, stuurde hij me even later deze Wat Noe. Zo kon het gebeuren dat de eerste Twentse tekst die ik op muziek heb gezet, werd geschreven door een Fries.

14 Oale Beuk © Schorn / Scheele [bladmuziek]



* Deze regel zat in de oorspronkelijke tekst 

Dit was de eerste tekst van Gerrit Schorn die ik op muziek heb gezet.

Eind december 2019 ben ik gestopt met optreden. Er gaat heel veel tijd zitten in het gereis, geregel en gesjouw met instrumenten en apparatuur. Na een halve eeuw spelen met de duvel en z’n ouwe moer had ik daar geen zin meer in.
Dus besloot ik op mijn zeventigste dat dit nu wel klaar was.
Ik kon toen nog aardig spelen en wilde voorkomen dat achter mijn rug gefluisterd zou gaan worden:
“Hij zou dat niet meer moeten doen.”

Wat ik wel miste, was de creatieve kant van het theaterwerk. Nieuwe teksten krijgen en daarmee dan iets moois, muzikaals maken. Daarom begon ik aan Best Te Pas. Bovendien had ik nog nooit gewerkt met Twentse teksten, terwijl dat toch de taal van mijn jeugd is. Dankzij de organisatoren van de Jazzerieje, Goaitsen van der Vliet, Gerrit Schorn, het kasboekje met gedichten van mijn vader en alle andere schrijvers kon ik genoeg materiaal vinden om mee aan de slag te gaan.
Al doende voelde ik me tijdens dit componeerwerk Best Te Pas!

Addy Scheele Groningen 21-9-2025